Hij is afgestudeerd als burgerlijk ingenieur en kwam in 1975 naar België. Hij maakte deel uit van het verzet tegen president Mobutu en heeft daarvoor meer dan een jaar in de gevangenis gezeten. En nu is hij burgemeester van de Brusselse gemeente Ganshoren. Pierre Kompany, vader van voetbalcoryfee Vincent, heeft er een buitengewoon interessant leven op zitten en kan er vandaag prat op gaan de allereerste zwarte burgemeester van België te zijn. We praatten met hem over zijn visie op zijn thuisland, de relatie met het koloniale verleden en de kleurrijke toekomst.
U bent altijd erg politiek actief geweest, niet?
“Zo kun je het zeker stellen. Toen ik eind jaren zestig studeerde in Lubumbashi was ik zeer links gezind. Het was tenslotte ook de tijd van Ché Guevara en de revolutie in Cuba en we voerden veel protest tegen het beleid van de dictator Mobutu. Die was toen bezig zichzelf stevig in het zadel te hijsen en alle weerstand met ijzeren vuist neer te slaan.
“Maar onder de studenten bestond nog een overheersende geest van vrijheid. Je kon alles bekritiseren. Ook het regime, zo dachten we. Helaas waren de gedachten niet zo vrij en moest ik in 1975 het land verlaten omdat ik vijanden had gemaakt. Toen kwam ik naar België.”